2 Koningen 19:28
Uw razen steeg tot Mij op, Uw tieren kwam Mij ter ore. Daarom sla Ik mijn ring door uw neus, Leg mijn toom aan uw lippen; En voer u terug langs de weg, Die gij kwaamt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27Maar Ik ken uw opstaan en zitten, Uw gaan en uw komen;
Cross References
2 Kings 19:33Hij keert terug langs de weg, die hij kwam; Deze stad komt hij niet binnen, zegt Jahweh!
Job 41:2Steekt ge hem een stok door de neus, Haalt ge een ring door zijn kaken;
Psalms 2:1Waarom razen de volken, Bluffen de naties,
Psalms 10:13Waarom zou de booswicht God blijven honen, Bij zichzelf blijven zeggen: “Toch vergeldt Gij het niet!”
Psalms 46:6Al woeden de volken, al wankelen de staten, Al beeft de aarde door de stem van zijn donder!
Psalms 74:4Uw haters joelden in uw heilige tent, En hebben er hun banieren geplant.