2 Koningen 9:28
Zijn dienaren legden hem nu in zijn wagen, en brachten hem naar Jerusalem; daar begroeven zij hem in zijn eigen graf bij zijn vaderen in de Davidstad.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
29In het elfde jaar der regering van Joram, den zoon van Achab, was Achazja koning van Juda geworden.
Cross References
1 Kings 2:10Toen ging David te ruste bij zijn vaderen en werd in de Davidstad begraven.
2 Kings 12:21De moordenaars waren zijn hovelingen Jozakar, de zoon van Sjimat, en Jehozabar, de zoon van Sjomer. Hij werd bij zijn vaderen in de Davidsstad begraven. Zijn zoon Amas-ja volgde hem op.
2 Kings 23:20En al de priesters der offerhoogten, die er zich bevonden, doodde hij op de altaren, en verbrandde er mensenbeenderen op. Daarna keerde hij naar Jerusalem terug.
2 Chronicles 25:28Hij werd op paarden overgebracht, en bij zijn vaderen in de Davidstad begraven.