Handelingen 10:34
Toen opende Petrus de mond, en sprak Nu zie ik waarachtig, dat er bij God geen aanzien van personen bestaat;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Then Peter opened his mouth, and said, Of a truth I perceive that God is no respecter of persons:
In Context
35maar dat al wie Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig is, tot welk volk hij ook hoort.
Cross References
Deuteronomy 16:19Ge moogt het recht niet verkrachten, geen aanzien van personen laten gelden, en geen geschenken aannemen; want geschenken verblinden de ogen der wijzen, en verdraaien de woorden der rechtvaardigen.
Job 34:19Die vorsten niet voortrekt, Den arme niet achterstelt bij den rijke. Neen, ze zijn allen het werk zijner handen,
Matthew 5:2En Hij opende de mond, om hen te onderrichten, en sprak:
Luke 20:21Ze vroegen Hem dus: Meester, we weten, dat Gij ronduit spreekt en leert, en niemand naar de ogen ziet, maar de weg van God naar waarheid leert.
Romans 2:11Want bij God is geen aanzien des persoons.
Ephesians 6:9En gij meesters, behandelt hen op dezelfde wijze, en laat het dreigen achterwege. Want gij weet, dat hùn en ùw meester in de hemel is, en dat bij Hem geen aanzien van personen bestaat.