Handelingen 2:11
Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren: we horen ze in onze eigen taal Gods grote werken verkondigen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Cretes and Arabians, we do hear them speak in our tongues the wonderful works of God.
In Context
10van Frúgië en Pamfúlië, van Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene: romeinse kolonisten,
12Allen stonden verbaasd en in twijfel. Sommigen zeiden tot elkander: Wat zou dat betekenen?
Cross References
1 Kings 10:15Hierbij kwamen de inkomsten van de kooplieden en kramers en van alle koningen tot aan de Eufraat, en van de stadhouders van het land.
2 Chronicles 26:7Behalve tegen de Filistijnen hielp God hem tegen de Arabieren, die in Goer-Báal wonen, en tegen de Meoenieten.
Psalms 26:7O Jahweh, om U een loflied te zingen, En al uw wonderen te melden.
Psalms 71:17Gij hebt mij van jongsaf geleid, o mijn God, En tot nu toe heb ik uw wonderen verkondigd;
Psalms 78:4Dat willen wij niet voor hun kinderen verbergen, Maar het verhalen aan een volgend geslacht: Jahweh’s heerlijke daden en macht, En de wonderen, die Hij deed.
Psalms 96:3Meldt aan de naties zijn glorie, Aan alle volkeren zijn wonderen!