Handelingen 27:3
De volgende dag gingen we te Sidon aan land, en Július, die Paulus heel welwillend bejegende, stond hem toe, zijn vrienden te bezoeken, en zich door hen te laten verzorgen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Toen we vandaar vertrokken waren, zeilden we langs Cyprus heen, omdat de wind ons tegen was.
Cross References
Genesis 10:15Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet;
Isaiah 23:2Verstomt, bewoners der kusten, kooplui van Sidon,
Zechariah 9:2Met Chamat, dat er aan grenst, Met Tyrus en Sidon, Die zo wijs willen zijn.
Acts 12:20Nu was hij zeer verbitterd geweest op de Tyriërs en Sidoniërs. En omdat hun land zijn levensmiddelen betrok uit dat van den koning, gingen ze gezamenlijk bij hem hun opwachting maken, wisten Blastus, den kamerheer van den koning, voor zich te winnen, en smeekten om vrede.
Acts 27:1Toen tot onze afvaart naar Italië besloten was, werd Paulus met enige andere gevangenen aan een honderdman van de keizerlijke legerafdeling toevertrouwd; zijn naam was Július.
Acts 28:16Toen we te Rome waren gekomen, werd aan Paulus toegestaan, een eigen woning te betrekken, met den soldaat, die hem moest bewaken.