bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 15 › Deuteronomium 15:8
Deuteronomium 15:8
Gij moet uw hand wijd voor hem openen, en hem bereidwillig lenen, wat hij nodig heeft voor zijn behoefte.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But thou shalt open thine hand wide unto him, and shalt surely lend him sufficient for his need, in that which he wanteth.
In Context
7Wanneer er onder u in een van uw steden in het land, dat Jahweh, uw God, u gaat geven, toch een arme medebroeder is, dan moogt gij niet hardvochtig zijn, en uw hand voor uw armen broeder niet gesloten houden.
9Zorg er voor, dat ge bij uzelf niet listig berekent: “Het zevende jaar, het jaar van kwijtschelding is nabij”, en zo onwillig zoudt worden, uw armen broeder iets te geven. Want hij zou u aanklagen bij Jahweh, en gij zoudt schuldig staan.
Read all of Deuteronomium 15
Cross References
Matthew 5:42Geef aan wie u iets vraagt; en wend u niet af van hem, die bij u lenen wil.
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 15:8