Deuteronomium 24:10
Wanneer gij aan uw naaste iets hebt geleend, moogt ge zijn huis niet binnengaan, om een pand van hem te nemen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
When thou dost lend thy brother any thing, thou shalt not go into his house to fetch his pledge.
In Context
9Denk aan wat Jahweh, uw God, bij uw uittocht uit Egypte onderweg aan Mirjam heeft gedaan.
Cross References
Exodus 22:26Zo ge de mantel van een ander in pand hebt genomen, moet ge hem die voor zonsondergang teruggeven;
Deuteronomy 15:8Gij moet uw hand wijd voor hem openen, en hem bereidwillig lenen, wat hij nodig heeft voor zijn behoefte.