Deuteronomium 27:15
Vervloekt de man, die een gesneden of gegoten beeld, zo’n gruwel voor Jahweh, zo’n kunstenaarsmaaksel, vervaardigt, en het heimelijk opstelt. En heel het volk zal antwoorden en zeggen: Amen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
14Dan moeten de levieten met luider stem aan alle mannen van Israël plechtig verkonden:
16Vervloekt, die zijn vader en moeder veracht. En heel het volk zal zeggen: Amen!
Cross References
Genesis 9:25sprak hij: Vervloekt zij Kanaän, Een slaaf der slaven zal hij zijn voor zijn broeders.
Genesis 31:34Maar Rachel had de terafim weggenomen, ze in het zadel van haar kameel verstopt, en was er op gaan zitten. Laban doorzocht de hele tent, maar vond niets.
Exodus 20:23“Gij zult geen goden maken naast Mij, u geen afgoden maken van zilver of goud.”
Exodus 34:17Gij moogt u geen gegoten godenbeeld maken.
Leviticus 26:1Gij moogt u geen afgoden maken, geen afgodsbeelden of wijstenen oprichten, en geen gebeeldhouwde stenen in uw land opstellen, om die te aanbidden; want Ik ben Jahweh, uw God!
Deuteronomy 4:16misdadig een beeld van een afgod te maken, onder welke gedaante dan ook: in de vorm van een man of een vrouw,