Efeziërs 4:28
De dief mag voortaan niet meer stelen, maar moet arbeiden, om met eigen handen de kost te verdienen, en iets over te houden, om het weg te schenken aan wie er behoefte aan heeft.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27geeft geen vrij spel aan den duivel.
Cross References
Exodus 20:17Gij zult het huis van uw naaste niet begeren. Gij zult de vrouw van uw naaste niet begeren, noch zijn slaaf of slavin, zijn rund of zijn ezel, noch iets van wat uw naaste behoort.
Job 34:32Onderricht mij, totdat ik tot inzicht kom; Heb ik misdaan, ik doe het niet meer!
Proverbs 14:23Van alle inspanning komt gewin, Praten brengt alleen maar gebrek.
Proverbs 30:9Opdat ik U in mijn overvloed niet verloochene En zeggen durf: “Wie is Jahweh!” Of in mijn armoede niet tot stelen kom, En mij vergrijp aan de Naam van mijn God.
Hosea 4:2Zweren en liegen, moorden, stelen en echtbreuk plegen, Het éne bloedbad volgt op het andere.
Luke 3:8Brengt dus waardige vruchten van boetvaardigheid voort: en gaat niet zeggen bij uzelf: We hebben Abraham tot vader. Want ik zeg u, dat God de macht heeft, om uit deze stenen voor Abraham kinderen te verwekken.