Ezechiël 20:1
In het zevende jaar, op de tiende van de vijfde maand, kwamen enigen van Israëls oudsten Jahweh raadplegen. En toen zij voor mij zaten,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
Cross References
1 Kings 22:15Toen hij nu bij den koning gekomen was, zeide deze tot hem: Mikájehoe, zullen wij naar Rama in Gilad ten strijde trekken of niet? Hij antwoordde hem: Trek op; ge zult zeker slagen; want Jahweh heeft het aan u overgeleverd.
Isaiah 29:13En de Heer zegt: Omdat dit volk Mij nadert met de mond, En Mij eert met de lippen alleen, Maar zijn hart heel ver van Mij houdt, En zijn vrees voor Mij enkel bestaat Uit mensenwijsheid, van buiten geleerd;
Jeremiah 37:17Eens liet koning Sedekias hem halen, om hem in zijn paleis in het geheim te ondervragen. Hij zeide: Is er soms een woord van Jahweh? Jeremias antwoordde: Ja! En hij vervolgde: Gij zult in de macht van den koning van Babel worden overgeleverd!
Ezekiel 8:1In het zesde jaar, de vijfde van de zesde maand, was ik in mijn huis, en zaten Juda’s ouden voor mij, toen daar de hand van Jahweh op mij kwam.
Ezekiel 24:1In het negende jaar, op de tiende der tiende maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:
Ezekiel 29:1In het tiende jaar, de twaalfde van de tiende maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht: