The Bible Software
bible.software › Ezechiël › Ezechiël 29 › Ezechiël 29:1

Ezechiël 29:1

In het tiende jaar, de twaalfde van de tiende maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

In the tenth year, in the tenth month, in the twelfth day of the month, the word of the LORD came unto me, saying,

In Context

2Mensenkind, ge moet uw gelaat richten op Farao, den koning van Egypte, en tegen hem en tegen heel Egypte profeteren.

Read all of Ezechiël 29

Cross References

Jeremiah 43:8Ook in Tachpanches werd het woord van Jahweh tot Jeremias gerich:

Ezekiel 1:2Op de vijfde der maand, het was het vijfde jaar van koning Jojakims verbanning,

Ezekiel 20:1In het zevende jaar, op de tiende van de vijfde maand, kwamen enigen van Israëls oudsten Jahweh raadplegen. En toen zij voor mij zaten,

Ezekiel 29:17In het zeven en twintigste jaar, op de eerste van de eerste maand, werd het woord van Jahweh tot mij gericht:

Ezekiel 40:1In het vijf en twintigste jaar van onze verbanning, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, veertien jaren na de inneming van de stad, juist op die dag raakte de hand van Jahweh mij aan. Hij bracht mij derwaarts:

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Ezechiël 29:1

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
Ezechiël 29Ezechiël 29:2 →