Ezra 2:39
de zonen van Charim, duizend zeventien.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The children of Harim, a thousand and seventeen.
In Context
38de zonen van Pasjchoer, twaalfhonderd zeven en veertig;
40De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodawja telden vier en zeventig man.
Cross References
Ezra 10:20Onder de zonen van Immer waren het: Chanani en Zebadja;
Nehemiah 7:42de zonen van Charim, duizend zeventien.