The Bible Software
bible.software › Galaten › Galaten 6 › Galaten 6:3

Galaten 6:3

Want wanneer iemand zich inbeeldt, iets te zijn, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

For if a man think himself to be something, when he is nothing, he deceiveth himself.

In Context

2Draagt elkanders lasten; zo zult gij de Wet van Christus volbrengen.

4Laat iedereen zijn eigen gedrag maar eens onderzoeken; dan zal hij zich hoogstens op zichzelf kunnen beroemen, maar zeker niet door een vergelijking met anderen;

Read all of Galaten 6

Cross References

Proverbs 25:14Wolken en wind, en toch geen regen: Dat is iemand, die praalt op een gift, waar toch niets van komt.

Luke 18:11De farizeër stond recht overeind, en bad bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben als de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar ginds.

Romans 12:16weest eensgezind onder elkander. Weest niet hooghartig, maar daalt tot de eenvoudigen af; wordt niet wijs in uw eigen oog.

1 Corinthians 8:2Zo iemand zich inbeeldt, iets te kennen, dan is zijn kennis nog niet, zoals ze wezen moet;

2 Corinthians 3:5Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God,

Galatians 2:6En wat de mannen betreft, die in aanzien bleken te staan, —wat ze feitelijk waren, gaat me niet aan; God kent geen aanzien van personen, —die mannen van aanzien hebben me verder niets opgelegd.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Galaten 6:3

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Galaten 6:2Galaten 6Galaten 6:4 →