The Bible Software
bible.software › Genesis › Genesis 11 › Genesis 11:7

Genesis 11:7

Kom, laat ons afdalen, en daar beneden hun spraak in verwarring brengen, zodat zij elkanders taal niet meer verstaan.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Go to, let us go down, and there confound their language, that they may not understand one another’s speech.

In Context

6Want Jahweh sprak: Zie, zij vormen één volk en spreken één taal. En dit is nog maar het begin van hun doen; later zal men niets meer kunnen beletten van al wat zij van plan zijn.

8Zo verstrooide Jahweh hen over de hele aarde, en staakten zij de bouw der stad.

Read all of Genesis 11

Cross References

Genesis 1:26God sprak: Laat ons den mens maken als ons beeld, op ons gelijkend; hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt.

Genesis 10:5dezen hebben zich over de kustlanden der volken verdeeld. Dit zijn de zonen van Jáfet volgens hun landen, elk naar zijn taal, zijn stam en zijn volk.

Genesis 10:32Dit zijn dan de geslachten van de zonen van Noë naar hun stammen en volken; uit hen zijn de volken voortgekomen, die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.

Genesis 42:23Ze wisten niet, dat Josef hen verstond; want ze hadden zich van een tolk bediend.

Job 5:12Die de plannen der sluwen verijdelt, Zodat hun handen de ontwerpen niet ten uitvoer brengen;

Psalms 2:4Die in de hemelen woont, lacht hen uit, Jahweh bespot ze;

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Genesis 11:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Genesis 11:6Genesis 11Genesis 11:8 →