Genesis 13:4
en waar hij vroeger een altaar had gebouwd; daar riep Abram de naam van Jahweh aan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
5Ook Lot, die met Abram was meegetrokken, bezat schapen, runderen en tenten.
Cross References
Genesis 12:7Nu verscheen Jahweh aan Abram, en sprak: Dit land zal Ik aan uw nageslacht geven. Toen bouwde hij daar een altaar ter ere van Jahweh, die hem verschenen was.
Genesis 13:18Toen brak Abram zijn tenten op, en ging te Hebron wonen bij de eik van Mamre, en bouwde daar een altaar voor Jahweh.
Psalms 26:8Jahweh, ik bemin het huis, waar Gij toeft, De woonplaats van uw heerlijkheid.
Psalms 65:1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David; een lied. U komt een lofzang toe In Sion, o God! U moet een dankoffer worden gebracht, In Jerusalem, Heer!
Psalms 107:8Laat ze Jahweh voor zijn goedheid dan danken, En voor zijn wonderen voor de kinderen der mensen: