The Bible Software
bible.software › Psalmen › Psalmen 26 › Psalmen 26:8

Psalmen 26:8

Jahweh, ik bemin het huis, waar Gij toeft, De woonplaats van uw heerlijkheid.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

LORD, I have loved the habitation of thy house, and the place where thine honour dwelleth.

In Context

7O Jahweh, om U een loflied te zingen, En al uw wonderen te melden.

9Werp mij niet weg met de zondaars, Mijn leven niet met moordenaars,

Read all of Psalmen 26

Cross References

Exodus 25:21Leg dan het verzoendeksel boven op de ark, en de verbondswet, die Ik u geven zal, erin.

2 Samuel 15:25Maar de koning sprak tot Sadok: Breng de ark van God naar de stad terug. Als ik genade vind in Jahweh’s ogen, zal Hij mij terug laten keren, en mij de ark laten zien en de plaats waar zij staat;

2 Chronicles 5:14Door die wolk konden de priesters er niet meer blijven, om hun dienstwerk te verrichten; want de glorie van Jahweh vervulde de tempel van God.

2 Chronicles 7:2De priesters konden het huis van Jahweh niet ingaan, daar de glorie van Jahweh zijn tempel vervulde.

Psalms 42:4Ik denk er met diepe weemoed aan terug, Hoe ik optrok in vorstelijke stoet naar Gods huis, Onder gejuich en gejubel En het gejoel van de schare.

Psalms 84:1Voor muziekbegeleiding; op de gittiet. Een psalm van de zonen van Kore. Hoe lieflijk is uw woning, Jahweh der heirscharen!

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Psalmen 26:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 26:7Psalmen 26Psalmen 26:9 →