Genesis 2:7
Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus; zo werd de mens een levend wezen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6maar een damp steeg op uit de aarde, die heel de aardbodem drenkte.
Cross References
Genesis 3:19In het zweet van uw aanschijn zult gij uw brood eten, Totdat ge terugkeert tot de grond, waaruit ge genomen zijt. Want ge zijt stof, En tot stof keert ge terug!
Genesis 7:22Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.
Numbers 27:16Jahweh, de God over het leven van alle schepselen, stelle dan iemand over de gemeenschap aan,
Job 27:3Zolang er nog een zucht in mij is, En Gods adem in mijn neus
Job 33:6Ik ben dus voor God aan u gelijk, Ook ik ben gekneed uit leem:
Psalms 103:14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.