The Bible Software
bible.software › Genesis › Genesis 2 › Genesis 2:7

Genesis 2:7

Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus; zo werd de mens een levend wezen.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And the LORD God formed man of the dust of the ground, and breathed into his nostrils the breath of life; and man became a living soul.

In Context

6maar een damp steeg op uit de aarde, die heel de aardbodem drenkte.

8Nu plantte Jahweh God een tuin in Eden, in het oosten, en plaatste daarin den mens, dien Hij gemaakt had.

Read all of Genesis 2

Cross References

Genesis 3:19In het zweet van uw aanschijn zult gij uw brood eten, Totdat ge terugkeert tot de grond, waaruit ge genomen zijt. Want ge zijt stof, En tot stof keert ge terug!

Genesis 7:22Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.

Numbers 27:16Jahweh, de God over het leven van alle schepselen, stelle dan iemand over de gemeenschap aan,

Job 27:3Zolang er nog een zucht in mij is, En Gods adem in mijn neus

Job 33:6Ik ben dus voor God aan u gelijk, Ook ik ben gekneed uit leem:

Psalms 103:14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Genesis 2:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Genesis 2:6Genesis 2Genesis 2:8 →