Genesis 23:4
Hij zeide: Ik leef maar als gast en vreemde bij u; maar staat mij toch een familiegraf bij u af, waar ik mijn dode, die van mij is heengegaan, kan begraven.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3verliet Abraham zijn afgestorvene, om met de zonen van Chet te gaan spreken.
5De zonen van Chet gaven Abraham ten antwoord:
Cross References
Genesis 17:8Ik schenk u, en uw zaad na u Het land, waar ge thans als vreemdeling toeft, Het hele land Kanaän, tot een eeuwig bezit: Hun God zal Ik zijn.
Genesis 49:30Het is de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, in het land Kanaän; de akker, die Abraham als een familiegraf van Efron, den Chittiet, heeft gekocht.
Leviticus 25:23Ook moogt ge de grond niet voorgoed verkopen; want de grond behoort Mij: gij zijt slechts vreemden en gasten bij Mij.
Job 30:23Ja, ik weet, Gij leidt mij ten dode, Naar de verzamelplaats van al wat leeft.
Psalms 105:12Toch waren ze daar maar gering in getal, Nog zonder aanzien en vreemd.
Ecclesiastes 6:3Al had iemand honderd kinderen, Bereikte hij ook een zeer hoge leeftijd, En waren zijn dagen nog zo talrijk: Maar hij was van geluk niet verzadigd En geen begrafenis viel hem ten deel: Ik zou een misgeboorte gelukkiger achten dan hem.