Genesis 32:28
Hij zeide toen: Voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël; want ge hebt met God en met mensen gestreden, en de overwinning behaald.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27Hij sprak tot hem: Hoe is uw naam? Hij antwoordde: Jakob.
Cross References
Genesis 17:5Niet langer zal men u Abram noemen, Maar uw naam zal Abraham zijn: Want Ik maak u tot vader van een menigte volken.
Genesis 25:31Jakob antwoordde: Verkoop me dan eerst uw eerstgeboorterecht.
Genesis 31:24Maar die nacht verscheen God in een droom aan Laban, den Arameër, en sprak tot hem: Pas er voor op, Jakob ook maar iets te verwijten.
Genesis 32:24Jakob zelf bleef alleen achter, en een man worstelde met hem tot het morgenrood rees.
Genesis 33:20Hij richtte daar een altaar op, en riep den God van Israël aan.
Numbers 13:16Dit waren de namen der mannen, die Moses uitzond, om het land te verkennen; maar Moses noemde Hosjéa, den zoon van Noen, Josuë.