Genesis 32:31
De zon ging juist op, toen hij Penoeël voorbij was. Hij bleef echter mank aan zijn heup.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And as he passed over Penuel the sun rose upon him, and he halted upon his thigh.
In Context
Cross References
Genesis 16:13Toen noemde zij Jahweh, die met haar had gesproken: “Gij zijt een God, dien ik zie”. Want ze zeide: Waarachtig, ik heb God gezien; en ik leef nog, nadat ik gezien heb.
Genesis 19:23Toen de zon over de aarde was opgegaan, en Lot te Sóar was aangekomen,
Exodus 24:10Daar mochten zij den God van Israël aanschouwen; onder zijn voeten was iets als een vloer van saffier, stralend als de hemel zelf.
Deuteronomy 5:24en hebt gezegd: Zie, Jahweh, onze God, heeft ons zijn glorie en grootheid getoond, en wij hebben zijn stem gehoord uit het vuur! Zeker, wij hebben heden gezien, dat een mens in leven kan blijven, ook als God met hem spreekt.
Judges 6:22Nu wist Gedeon, dat het de engel van Jahweh geweest was. En Gedeon zeide: Ach Jahweh, mijn Heer; daar heb ik, zo waar, den engel van Jahweh van aanschijn tot aanschijn gezien!
Judges 8:8Vandaar trok hij verder naar Penoeël, en deed aan de burgers van Penoeël hetzelfde verzoek. Zij gaven hem hetzelfde antwoord als de bewoners van Soekkot.