Genesis 49:19
Gad: roverbenden stormen op hem aan, Maar hij zit hen op de hielen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Gad, a troop shall overcome him: but he shall overcome at the last.
In Context
18-
20Aser: heerlijk is zijn brood, Hij biedt koninklijke lekkernijen.
Cross References
Genesis 30:11En Lea zeide: Wat een weelde! En ze noemde hem Gad.
Numbers 32:1De zonen van Ruben en Gad bezaten zeer talrijke kudden. En daar de Rubenieten en Gadieten zagen, dat het land Jazer en het land Gilad een zeer geschikte streek voor vee was,
Joshua 13:8De andere halve stam van Manasse ontving met de Rubenieten en Gadieten hun erfdeel, dat Moses hun oostelijk van de Jordaan had geschonken. Zo had Moses, de dienaar van Jahweh, het hun gegeven:
1 Chronicles 3:18Malkiram, Pedaja, Sjenassar, Jekamja, Hosjama en Nedabja.
1 Chronicles 5:20Ofschoon de Hagrieten in die strijd geholpen werden, vielen ze met al hun bondgenoten in hun handen. Want tijdens het gevecht baden zij tot God, en omdat zij op Hem vertrouwden, verhoorde Hij hen.
1 Chronicles 5:26Daarom gaf de God van Israël aan Poel, den koning van Assjoer, en Tiglat-Pilnéser, den koning van Assjoer, de gedachte in, de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse in ballingschap weg te voeren. Zij brachten ze naar Chalach, Chabor, Hara en de rivier Gozan, waar ze ook nu nog wonen.