Genesis 5:28
Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Lamech lived an hundred eighty and two years, and begat a son:
In Context
27Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
Cross References
Luke 3:36zoon van Kaïnán, zoon van Arpaksád, zoon van Sem, zoon van Noë, zoon van Lamek,