Jesaja 3:21
Amuletten, halssnoer en ringen,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
20Hoofddoeken, armbanden, linten en flesjes,
22Feestkleren, mantels en doeken,
Cross References
Genesis 24:47Ik vroeg haar: Wiens dochter zijt gij? Zij antwoordde: De dochter van Betoeël, den zoon van Nachor, dien Milka hem geschonken heeft. Toen stak ik een ring in haar neus, en deed armbanden om haar polsen.
Esther 8:12en wel in alle provincies van koning Achasjwerosj op een en dezelfde dag, namelijk op de dertiende van Adar, de tweede maand.
Ezekiel 16:12Ik gaf u een ring door uw neus en hangers aan uw oren een prachtige kroon op uw hoofd.
1 Timothy 2:9Eveneens moeten dan de vrouwen, eerbaar en ingetogen, zich tooien met passende kleding; niet met haarvlechten, goud, paarlen of kostbare kleren,
1 Peter 3:3Uw tooi moet niet in uiterlijke dingen bestaan: in haarvlechten, gouden smuk en klederdracht,