Jeremia 10:15
Ze zijn maar een waan, een belachelijk maaksel, Die te gronde gaan, als hun tijd is gekomen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They are vanity, and the work of errors: in the time of their visitation they shall perish.
In Context
Cross References
1 Samuel 5:4Maar toen ze een volgende morgen opstonden, lag Dagon weer voorovergevallen op de grond, vlak voor de ark van Jahweh; de kop van Dagon en zijn beide handpalmen lagen gebroken op de drempel, alleen zijn romp was heel gebleven.
Psalms 115:9Maar Israël blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild;
Isaiah 41:24Maar zelf zijt ge niets, en uw werken zijn niets: Schande voor die ‘t met u houdt!
Isaiah 57:12Dan stel Ik thans uw gerechtigheid aan de kaak, Met uw werken daarbij;
Jeremiah 8:19Hoort het jammeren van de dochter van mijn volk Uit verre gewesten: Is Jahweh dan niet meer in Sion, Is zijn Koning daar niet? Waarom hebben ze Hem toch getart met hun beelden, Met die nietigheden uit de vreemde?
Jeremiah 10:11Dit moet ge hun zeggen: De goden, die hemel en aarde niet hebben gemaakt, Zullen van de aarde verdwijnen En van onder de hemel!