Jeremia 18:8
maar als het volk, tegen wien Ik dit besluit heb getroffen, zich van zijn boosheid bekeert, dan heb Ik weer spijt over het onheil, dat Ik het wilde berokkenen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
7Het éne ogenblik besluit Ik, een volk en een rijk uit te roeien, omver te werpen en te vernielen;
9Het andere ogenblik besluit Ik, een volk en een rijk op te bouwen en te planten;
Cross References
Exodus 32:14Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil, waarmee Hij zijn volk had bedreigd.
Judges 2:18Als Jahweh hun Rechters verwekt had, dan was Jahweh ook met den Rechter, en bevrijdde Hij hen van hun vijanden, zolang de Rechter leefde; want hun gejammer om hun verdrukkers en vervolgers ging Jahweh ter harte.
1 Kings 8:33Wanneer Israël, uw volk, omdat het tegen U heeft gezondigd, door zijn vijand wordt verslagen, maar het bekeert zich tot U, prijst uw Naam en bidt en smeekt tot U in dit huis:
Psalms 90:13Ach Jahweh, wend U eindelijk toch eens tot ons, En ontferm U over uw dienaars;
Psalms 135:14Want Jahweh schaft recht aan zijn volk, En ontfermt Zich over zijn dienaars.
Jeremiah 7:3Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Draagt zorg voor een goede handel en wandel; dan zal Ik bij u in deze plaats blijven wonen.