Jeremia 51:17
Staan alle mensen verstomd en verbluft, Schaamt elke gieter zich over zijn beeld! Want zijn gietsel is leugen, Geen geest woont er in.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
18Ze zijn maar een waan, een belachelijk maaksel, Die te gronde gaan, als hun tijd is gekomen.
Cross References
Psalms 53:1Voor muziekbegeleiding; op de fluit. Een leerdicht van David. De dwaas zegt bij zichzelf: “Er is geen God!” Slecht en schandelijk is zijn gedrag; Er is niemand, die het goede wil doen.
Psalms 115:5Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien;
Psalms 135:17Oren, maar kunnen niet horen; Ze hebben geen adem in hun mond.
Jeremiah 10:14Staan alle mensen verstomd en verbluft, Schaamt elke gieter zich over zijn beeld! Want zijn gietsel is leugen, Geen geest woont er in.
Habakkuk 2:18Wat baat toch een gesneden beeld, Dat zijn maker het snijdt; Het gegoten beeld, die leugenmeester, Wat kan het leren? Ja, de werkman vertrouwt op zijn maaksel, Zodat hij stomme goden snijdt:
1 Corinthians 1:19Want er staat geschreven: “Ik zal de wijsheid der wijzen verdelgen, En het beleid der verstandigen te niet doen.”