Job 22:20
“Waarachtig, hun have vernield, Hun overvloed door het vuur verteerd!”
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Whereas our substance is not cut down, but the remnant of them the fire consumeth.
In Context
19De vromen zien het met vreugde, De onschuldige drijft de spot met hen:
21Verzoen u met Hem, dan leeft ge in vrede, Dan wordt uw rijkdom weer groot;
Cross References
Job 1:16Nog was hij niet uitgesproken, of een tweede kwam binnen en riep: De bliksem is uit de hemel geslagen, en heeft uw kudde met de herders verbrand en verteerd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
Job 8:3Zou God het recht soms verkrachten, De Almachtige de gerechtigheid schenden:
Job 15:30Zijn schaduw breidt zich niet uit op de grond, En hij ontsnapt de duisternis niet; Het vuur zal zijn loten verschroeien, De wind zijn bloesem verwaaien!
Job 20:26De diepste duisternis houdt hem omvangen; Een vuur verslindt hem, dat niet is ontstoken, Vreet weg wat nog leeft in zijn tent.
Job 21:27Zeker, ik ken uw gedachten, En de bedenkingen, die gij tegen mij aanvoert;
Luke 17:29Maar op de dag, dat Lot uit Sódoma ging, liet God het vuur en zwavel uit de hemel regenen, en verdelgde allen.