Job 26:12
Hij zwiept de zee door zijn kracht, Ranselt Ráhab door zijn beleid;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He divideth the sea with his power, and by his understanding he smiteth through the proud.
In Context
11De zuilen van de hemel staan te waggelen, Rillen van angst voor zijn donderende stem.
13Zijn adem blaast de hemel schoon, Zijn hand doorboort de vluchtende Slang!
Cross References
Job 9:13God, die zijn gramschap niet weerhoudt: Zelfs Ráhabs helpers moesten zich onder Hem krommen!
Job 40:11Stort eens uw toorn in stromen uit, En verneder, wat trots is, met uw blik;
Psalms 74:13Gij hebt de zee opgezweept door uw kracht, Op het water de schedels der draken verpletterd;
Psalms 93:3De stromen verheffen, o Jahweh, De stromen verheffen hun stem, De stromen verheffen hun bruisen.
Isaiah 2:12Want de dag van Jahweh der heirscharen komt Tegen al wat verwaand is en trots; Tegen al wat zich opheft, Wat hoog is zal vallen.
Isaiah 51:15Ik ben Jahweh, uw God, Die de zee beroert, En de golven doet bruisen; Die Jahweh der heirscharen wordt genoemd!