The Bible Software
bible.software › Job › Job 26 › Job 26:11

Job 26:11

De zuilen van de hemel staan te waggelen, Rillen van angst voor zijn donderende stem.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

The pillars of heaven tremble and are astonished at his reproof.

In Context

10Hij trekt een kring langs de waterspiegel, Waar het licht aan de duisternis grenst;

12Hij zwiept de zee door zijn kracht, Ranselt Ráhab door zijn beleid;

Read all of Job 26

Cross References

2 Samuel 22:8Daar schudde en beefde de aarde, Rilden en dreunden de fundamenten des hemels; Want Hij was in woede ontstoken.

Psalms 18:7Daar schudde en beefde de aarde, Rilden en dreunden de fundamenten der bergen; Want Hij was in woede ontstoken,

Nahum 1:6Wie houdt stand voor zijn gramschap, Wie kan zijn grimmige toorn weerstaan? Zijn woede stort zich uit als een vuur, De rotsen splijten voor Hem uiteen!

Hebrews 12:26wiens stem eertijds de aarde deed sidderen, maar die nu heeft verkondigd: “Nog eenmaal zal Ik doen beven Niet slechts de aarde, maar ook de hemel.”

Revelation 20:11Toen zag ik een grote schitterende Troon; ook Hem, die er op is gezeten. Voor zijn Aanschijn vloden hemel en aarde heen, zodat hun plaats niet meer gevonden werd.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Job 26:11

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 26:10Job 26Job 26:12 →