Job 31:17
Heb ik ooit alleen mijn brood genuttigd, En de wees daarvan niet mee laten eten?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Or have eaten my morsel myself alone, and the fatherless hath not eaten thereof;
In Context
16Heb ik ooit een arme een bede geweigerd, De ogen van een weduwe laten versmachten;
Cross References
Deuteronomy 15:14Gij moet hem ruimschoots bedelen uit uw kudde, van uw dorsvloer en kelder, en hem geven naar mate Jahweh, uw God, u heeft gezegend.
Esther 2:7Mordokai was voogd over Hadassa, ook Ester geheten, die de dochter was van zijn oom, maar vader noch moeder meer had. Zij was schoon van gestalte en bekoorlijk van gelaat. Mordokai had haar bij de dood van haar vader en moeder als dochter aangenomen.
Job 29:12Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had;
Ezekiel 18:16niemand afzet, geen onderpand eist, zich andermans goed niet toeëigent; zijn voedsel met den hongerige deelt en den naakte kleding verschaft;
John 13:29Want omdat Judas de beurs had, meenden sommigen, dat Jesus hem zeide: Koop wat we nodig hebben voor de feestdag; of dat hij iets aan de armen moest geven.
Romans 12:13helpt de heiligen in hun noden, legt u op de gastvrijheid toe.