Job 39:2
Telt gij de maanden van haar dracht, Bepaalt gij de dag, dat zij werpen?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Canst thou number the months that they fulfil? or knowest thou the time when they bring forth?
In Context
1Kent gij de tijd, waarop de gemzen springen, Neemt gij het jongen der hinden waar;
3Ze krommen zich, drijven haar jongen uit, En haar weeën zijn heen;
Cross References
Jeremiah 2:24Wilde ezelin, aan de steppe gewend, Die in haar geilheid naar lucht snapt: Wie tempert haar bronst? Wie haar wil vangen, hoeft zich niet te vermoeien, In haar bronsttijd vindt men ze wel: