Job 39:3
Ze krommen zich, drijven haar jongen uit, En haar weeën zijn heen;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They bow themselves, they bring forth their young ones, they cast out their sorrows.
In Context
2Telt gij de maanden van haar dracht, Bepaalt gij de dag, dat zij werpen?
4Haar jongen worden sterk, groeien op in de steppe, Lopen weg, en keren niet tot haar terug!