Job 39:23
Boven op zijn rug rammelt de koker met pijlen, Bliksemt de lans en de speer;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The quiver rattleth against him, the glittering spear and the shield.
In Context
22Het spot met angst, wordt nimmer vervaard, En deinst niet terug voor het zwaard.
24Ongeduldig, onstuimig verslindt het de bodem, Niet meer te temmen, als de bazuinen weerschallen.
Cross References
Job 41:26Het zwaard, dat hem treft, is er niet tegen bestand, Geen lans, geen speer en geen schicht.