Johannes 12:3
Toen nam Maria een pond onvervalste, kostbare nardusbalsem, zalfde de voeten van Jesus, en droogde ze met de haren af. En het huis was vol van de balsemgeur.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Men richtte daar een maaltijd voor Hem aan; Marta bediende, en Lázarus was één van zijn disgenoten.
4Toen zei Judas Iskáriot, een van zijn leerlingen, die Hem verraden zou:
Cross References
Psalms 132:2Omdat hij Jahweh had gezworen, Jakobs Sterke had beloofd:
Song of Solomon 1:3Heerlijk is de geur van uw balsem, Uw naam is het kostbaarst aroom. Daarom hebben de meisjes u lief.
Song of Solomon 4:10Hoe schoon is uw liefde, mijn zuster, bruid, Hoe strelend uw minne meer dan de wijn, Hoe heerlijk uw geuren, lieflijker nog dan de balsem.
Matthew 26:6Terwijl Jesus nu te Betánië was in het huis van Simon den melaatse,
Luke 7:37En zie, daar was een vrouw, die in de stad als zondares bekend stond. Toen ze vernam, dat Hij in het huis van den farizeër aan tafel was, ging ze er heen met een albasten kruik vol balsem.
Luke 10:38Op hun reis kwam Hij ook in zeker dorp, waar een vrouw, Marta geheten, Hem in haar huis ontving.