Johannes 4:34
Jesus sprak tot hen: Mijn spijs is, de wil te volbrengen van Hem, die Mij heeft gezonden, en zijn werk te voltooien.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Jesus saith unto them, My meat is to do the will of him that sent me, and to finish his work.
In Context
33De leerlingen zeiden dus tot elkander: Heeft iemand Hem soms iets te eten gebracht?
Cross References
Job 23:12Van het bevel zijner lippen week ik niet af, Het woord van zijn mond heb ik in mijn boezem bewaard:
Isaiah 61:1De geest van Jahweh, mijn Heer, rust op Mijl, Want Jahweh heeft Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om armen de blijde boodschap te brengen, Om te verbinden wiens hart is gebroken, Aan gevangenen verlossing te melden, Aan geboeiden bevrijding;
Matthew 26:39Hij ging nog een weinig verder, viel biddend op zijn aangezicht neer, en sprak: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze kelk Mij voorbijgaan; maar niet zoals Ik wil, maar zoals Gij het wilt.
Luke 15:10Zó, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert.
John 4:32Maar Hij sprak tot hen: Ik heb een spijs te eten, die gij niet kent.
John 5:36Maar Ik heb een getuigenis groter dan dat van Johannes: want de werken, die de Vader Mij te volbrengen gaf, de werken juist die Ik doe, zij getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft. —