Richtere 1:21
Ook de Benjamieten verdreven de Jeboesieten niet, die Jerusalem bevolkten, zodat de Jeboesieten er met de Benjamieten samenwonen tot op de huidige dag.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
20Zoals Moses bepaald had, gaf men Hebron aan Kaleb, die er de drie Anaks-kinderen uit verdreef.
22Het huis van Josef trok op, en wel naar Betel; en Jahweh was met hen.
Cross References
Joshua 18:11Het eerste lot viel voor de families van de stam der Benjamieten; het gebied, dat het lot hun toewees, lag tussen de zonen van Juda en Josef.
Judges 1:8De mannen van Juda belegerden Jerusalem en namen het in, waarna ze de stad met het zwaard uitmoordden en in brand staken.
Judges 19:10Maar nu wilde de man niet meer overnachten; hij stond op en ging heen, en kwam met zijn span ezels, zijn bijzit en zijn knecht tot bij Jeboes, of Jerusalem.
2 Samuel 5:6Nu trok de koning met zijn manschappen naar Jerusalem op, tegen de Jeboesieten, de inheemse bevolking. Dezen riepen tot David: Hier komt ge niet binnen; blinden en kreupelen zouden het u kunnen beletten! Daarmee bedoelden ze: David kan hier onmogelijk in.
1 Chronicles 8:28Dit waren de familiehoofden naar hun geslachten, die in Jerusalem woonden.
Psalms 106:34Ook verdelgden ze de volkeren niet, Zoals Jahweh het hun had bevolen;