Leviticus 13:10
Ziet de priester, dat er op de huid een witte roof zit, het haar daarop wit is geworden, en er wild vlees in die roof groeit,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9Wanneer iemand een melaatse plek heeft, moet hij naar den priester worden gebracht.
Cross References
Leviticus 13:14Maar als zich wild vlees bij hem vertoont, is hij onrein.
Numbers 12:10En toen de wolk boven de openbaringstent was opgetrokken, was Mirjam melaats, en wit als sneeuw en toen Aäron zich tot Mirjam wendde: daar stond een melaatse.
2 Chronicles 26:19Maar toen Ozias, met het wierookvat in de hand, in razende woede tegen de priesters uitbarstte, verscheen eensklaps ten aanschouwen der priesters voor het reukofferaltaar in de tempel van Jahweh de melaatsheid op zijn voorhoofd.
Amos 5:10Haten, die in de poort berispt, Verfoeien, die de waarheid spreekt!
John 7:7U kan de wereld niet haten; maar Mij haat ze wel, omdat Ik getuig, dat haar werken boos zijn.