Leviticus 21:22
Wel mag hij eten van de spijs van zijn God, van het hoogheilige en van het heilige;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He shall eat the bread of his God, both of the most holy, and of the holy.
In Context
Cross References
Leviticus 2:10De rest van het spijsoffer is als het hoogheilig deel van Jahweh’s vuuroffers voor Aäron en zijn zonen bestemd.
Leviticus 6:16De rest moeten Aäron en zijn zonen opeten. Ongedesemd moet het op een heilige plaats worden gegeten in de voorhof van de openbaringstent;
Leviticus 7:1Dit is de wet op het schuldoffer: het is hoogheilig.
Leviticus 10:12En Moses sprak tot Aäron en zijn nog levende zonen Elazar en Itamar: Neemt het spijsoffer, dat van Jahweh’s vuuroffers is overgebleven, en eet het ongedesemd naast het altaar; want het is hoogheilig.
Leviticus 14:13Dan moet hij het lam slachten op de heilige plaats, waar men het zonde(-) en brandoffer slacht; want dit schuldoffer komt evenals het zondeoffer den priester toe; het is hoogheilig.
Leviticus 22:10Niemand, die niet tot een priestergezin behoort, mag het heilige eten. Iemand dus, die bij een priester inwoont of loonarbeider is, mag het heilige niet eten.