Leviticus 21:23
maar hij mag niet binnen het voorhangsel komen en niet tot het altaar naderen; want hij heeft een gebrek, en mag mijn heiligdom niet ontwijden. Want Ik ben Jahweh, die hen heilig!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
22Wel mag hij eten van de spijs van zijn God, van het hoogheilige en van het heilige;
24Moses bracht het Aäron, zijn zonen en alle Israëlieten over.
Cross References
Exodus 30:6Gij moet het voor het voorhangsel plaatsen, dat voor de ark des Verbonds en het verzoendeksel boven de verbondswet hangt, waar Ik Mij aan u zal openbaren.
Leviticus 15:31Vermaant dus de kinderen Israëls, zich voor onreinheid te hoeden, opdat zij niet wegens hun onreinheid sterven, door mijn tabernakel, dat te midden van hen staat, te bezoedelen.
Leviticus 20:7Gij moet u heilig gedragen en heilig zijn; want Ik, Jahweh, ben uw God!
Leviticus 21:12Hij mag het heiligdom niet verlaten, en het heiligdom van zijn God niet ontwijden; want hij is gewijd met de zalfolie van zijn God. Ik ben Jahweh!
Nehemiah 13:29Mijn God, reken hun de ontwijding van het priesterschap en het verbond der priesters en levieten aan!