Leviticus 6:13
Altijd moet het vuur op het altaar blijven branden; het mag nooit worden gedoofd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The fire shall ever be burning upon the altar; it shall never go out.
In Context
Cross References
Exodus 29:2daarbij ongedesemde broden en ongedesemde koeken met olie gemengd en ongedesemde offervlaas met olie bestreken, van tarwebloem bereid.
Leviticus 9:24En een vuur schoot uit het aanschijn van Jahweh, dat het brandoffer met de vette stukken op het altaar verteerde. Toen het ganse volk dat zag, brak het los in gejubel en viel op zijn aangezicht neer.