Spreuken 13:7
Er zijn er, die zich rijk houden, maar alles ontberen; Ook, die zich arm voordoen, en kapitalen bezitten.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6De deugd beschermt hem, die onberispelijk wandelt, De boosheid brengt de zondaars ten val.
8Met rijkdom kan men zijn leven kopen, Maar de arme kan geen losprijs vinden.
Cross References
Proverbs 11:24Er zijn mensen, die maar uitdelen, en nòg worden ze rijker; Anderen, die maar oppotten, en ze gaan achteruit.
Proverbs 13:11Snel verworven rijkdom slinkt even vlug weg; Alleen wie gestadig verzamelt, wordt rijk.
Luke 12:21Zó gaat het hem, die schatten voor zichzelf belegt, maar die niet rijk is voor God.
Luke 18:11De farizeër stond recht overeind, en bad bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben als de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar ginds.
1 Corinthians 4:10Wij, wij zijn dwazen terwille van Christus; gij echter wijzen in Christus. Wij zijn zwak, gij zijt sterk. Gij zijt geëerd, wij veracht.
2 Corinthians 6:10Als treurenden, toch steeds verheugd; Als armen, en velen maken we rijk; Als bezitlozen, toch bezitten we alles.