Spreuken 16:26
De honger zet den arbeider aan tot werken; Zijn mond dwingt hem ertoe.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He that laboureth laboureth for himself; for his mouth craveth it of him.
In Context
25Soms houdt men een weg voor de rechte, Die tenslotte uitloopt op de dood.
27Een man, die niet deugt, is een oven van boosheid; Op zijn lippen brandt als het ware een vuur.
Cross References
Proverbs 9:12Zijt ge wijs, ge zijt wijs tot uw eigen voordeel; Zijt ge eigenwijs, gij alleen moet ervoor boeten!
Ecclesiastes 6:7Al het zwoegen van den mens geldt zijn mond; Toch wordt zijn begeerte er niet door verzadigd.
2 Thessalonians 3:8We hebben niemands brood om niet gegeten, maar nacht en dag gearbeid in zwoegen en slaven, om niemand van u tot last te zijn;