Spreuken 16:27
Een man, die niet deugt, is een oven van boosheid; Op zijn lippen brandt als het ware een vuur.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
An ungodly man diggeth up evil: and in his lips there is as a burning fire.
In Context
26De honger zet den arbeider aan tot werken; Zijn mond dwingt hem ertoe.
28Een wispelturig mens stuurt op ruzie aan, Een lastertong brengt onenigheid tussen vrienden.
Cross References
2 Samuel 20:1Nu bevond zich daar een Belialswicht, een zekere Sjéba, de zoon van Bikri, een Benjamiet. Hij stak de bazuin, en riep uit: Wij hebben niets te maken met David, Niets uit te staan met den zoon van Jesse: Iedereen naar zijn tenten, Israël!
Psalms 52:2Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes?
Proverbs 2:4Als ge er naar streeft als naar geld, En er naar zoekt als naar schatten:
Proverbs 6:14Die boze plannen smeedt in zijn hart, Steeds kwaad beraamt en ruzie zoekt!
Proverbs 19:28Een kwaadwillige getuige spot met het recht, De mond der bozen stort onrecht uit.
Habakkuk 2:13Zie, moet zo iets niet uitgaan Van Jahweh der heirscharen? De volken tobben zich af voor het vuur, De naties maken zich moe voor niets: