Spreuken 18:7
Wat een dwaas zegt, stort hem in het ongeluk; Zijn woorden zijn een valstrik voor hemzelf.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
A fool’s mouth is his destruction, and his lips are the snare of his soul.
In Context
6Wat een dwaas zegt, leidt tot twist; Zijn mond roept om slaag.
8Woorden van een lastertong zijn als lekkernijen, Ze glijden af naar het diepste van de maag.
Cross References
Judges 11:35Zodra hij haar zag, scheurde hij zijn kleren, en riep uit: Ach mijn dochter, ge geeft me de slag; gij stort me in het ongeluk! Ik heb mijn mond voor Jahweh geopend, en kan niet meer terug.
Psalms 64:8Hun eigen tong brengt ze ten val: Wie ze ziet, schudt meewarig het hoofd.
Proverbs 5:22De boze wordt in zijn eigen wandaden verstrikt, In de banden van zijn zonden gevangen;
Proverbs 10:8Wie wijs is van harte, neemt voorschriften aan; Wie dwaze dingen zegt, komt ten val.
Proverbs 12:13Door zijn tong te misbruiken loopt de boze in de val, Maar de rechtvaardige ontkomt uit de benauwdheid.
Proverbs 14:3In de mond van een dwaas ligt een stok voor zijn rug, De wijzen worden door hun lippen beschermd.