Spreuken 14:3
In de mond van een dwaas ligt een stok voor zijn rug, De wijzen worden door hun lippen beschermd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In the mouth of the foolish is a rod of pride: but the lips of the wise shall preserve them.
In Context
2Wie Jahweh vreest, gaat de rechte weg; Wie Hem veracht, gaat kronkelwegen.
Cross References
Job 5:21Gij zijt veilig voor de gesel der tong, Zonder vrees voor het dreigend geweld.
Psalms 31:18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
Psalms 57:4Zo leg ik mij neer te midden van leeuwen, Van mensen met vlammende ogen, Wier tanden spitsen en pijlen zijn, Scherp is hun tong als een zwaard.
Proverbs 13:3Wie op zijn mond let, behoedt zichzelf; Maar wie zijn lippen openspalkt, hèm dreigt gevaar.
Proverbs 18:7Wat een dwaas zegt, stort hem in het ongeluk; Zijn woorden zijn een valstrik voor hemzelf.
Proverbs 22:8Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.