Spreuken 22:7
Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The rich ruleth over the poor, and the borrower is servant to the lender.
In Context
6Oefen kinderen in de weg, die ze moeten gaan, Dan wijken ze ook in hun ouderdom er niet van af.
8Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.
Cross References
Nehemiah 5:4Weer anderen: We hebben op onze akkers en wijngaarden geld opgenomen voor de belasting aan den koning.
Proverbs 14:31Die een arme verdrukt, smaadt zijn Schepper; Maar wie zich over hem ontfermt, brengt Hem eer.
Proverbs 22:16Wie een arme verdrukt, brengt hem voordeel; Wie aan een rijkaard iets geeft, veroorzaakt gebrek
Isaiah 24:2Het zal den priester vergaan als het volk, Den slaaf als zijn meester, Slavin als gebiedster, Verkoper als koper, Borger als lener, Schuldeiser als schuldenaar.
Amos 4:1Hoort dit woord, koeien van Basjan op Samaria’s gebergte, Die de zwakken verdrukt en de armen vertrapt, Tot uw mannen zegt: Brengt ons te drinken!
Amos 8:4Hoort dit, gij die den arme vertrapt, Eenvoudige lieden verdrukt;