Spreuken 22:8
Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He that soweth iniquity shall reap vanity: and the rod of his anger shall fail.
In Context
7Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
9Een vriendelijk mens wordt gezegend, Want hij deelt met den arme zijn brood.
Cross References
Job 4:8Ik heb altijd gezien: Die onheil ploegen En rampspoed zaaien, die oogsten ze ook!
Proverbs 14:3In de mond van een dwaas ligt een stok voor zijn rug, De wijzen worden door hun lippen beschermd.
Isaiah 10:5Wee! Assjoer is de roede van mijn toorn, In zijn hand ligt de stok van mijn woede!
Isaiah 14:29Wees niet zo uitgelaten en blij, Filistea, Omdat de stok, die u sloeg, is gebroken; Want uit de wortel der adder schiet een ratelslang op, En haar vrucht is een vliegende draak.
Hosea 8:7Want ze zaaien wind, en oogsten storm: Een oogst zonder aren, koren zonder meel; En brengt het iets op, dan eten het vreemden:
Galatians 6:7Bedriegt u niet: God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten;