Spreuken 26:24
De vijand veinst met zijn lippen, Maar innerlijk bergt hij bedrog.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He that hateth dissembleth with his lips, and layeth up deceit within him;
In Context
25Al spreekt hij vriendelijk, vertrouw hem niet; Want zeven gruwelen zijn in zijn hart.
Cross References
Genesis 34:13Toen gaven de zonen van Jakob, wier zuster Dina onteerd was, aan Sikem en aan zijn vader Hemor een listig antwoord.
2 Samuel 13:26zeide deze: Laat dan tenminste mijn broer Amnon met ons meegaan. De koning antwoordde: Waarom zou hij met u meegaan?
2 Samuel 20:9sprak hij tot Amasa: Gaat het u goed, mijn broeder? En met de rechterhand greep hij Amasa bij de baard, om hem te omhelzen.
Psalms 12:3Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
Psalms 41:6En komt er een op bezoek, dan huichelt zijn hart, Verzint hij leugens, en gaat ze buiten vertellen.
Proverbs 11:1Van een valse weegschaal heeft Jahweh een afschuw, Hij houdt van een zuiver gewicht.