Psalmen 12:3
Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The LORD shall cut off all flattering lips, and the tongue that speaketh proud things:
In Context
2Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
4“Met onze tong zijn we sterk! We hebben onze lippen; wie kan ons aan!”
Cross References
Exodus 15:9De vijand sprak: Ik zet ze na, haal ze in, Ik verdeel de buit, ik zal mij verzadigen; Ik trek mijn zwaard, Mijn hand slaat ze neer.
1 Samuel 17:43En de Filistijn riep David toe: Ben ik soms een hond, dat ge met stokken op mij af komt? David riep hem terug: Neen, je bent nog minder dan een hond. Nu begon de Filistijn David bij zijn goden te vervloeken,
Job 32:22Want ik heb geen verstand van vleierij: Mijn Schepper rukte mij dan aanstonds weg!
Psalms 55:22Werp daarom uw kommer op Jahweh, Hij zal voor u zorgen; En nooit zal Hij dulden, Dat de rechtvaardige wankelt.
Psalms 116:11Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: “Er is geen mens te vertrouwen!”
Proverbs 18:21Dood en leven zijn in de macht van de tong; Wie haar veel gebruikt, moet haar vrucht dan ook eten.