The Bible Software
bible.software › Spreuken › Spreuken 26 › Spreuken 26:28

Spreuken 26:28

Een leugentong haat oprechtheid, Een gladde tong verwekt onrust.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

A lying tongue hateth those that are afflicted by it; and a flattering mouth worketh ruin.

In Context

27Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie een steen voortwentelt, op hem rolt die terug.

Read all of Spreuken 26

Cross References

Proverbs 2:16Zij zullen u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal,

Proverbs 7:5Opdat ze u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal.

Proverbs 29:5Iemand die zijn naaste vleit, Spant een strik voor zijn voeten.

John 8:40Maar nu zoekt gij Mij te doden: een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Hij van God heeft gehoord: zo iets deed Abraham niet.

John 10:32Jesus antwoordde hun: Veel heerlijke werken heb Ik u namens den Vader getoond; om welk van die werken stenigt gij Mij?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Spreuken 26:28

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Spreuken 26:27Spreuken 26