Spreuken 26:28
Een leugentong haat oprechtheid, Een gladde tong verwekt onrust.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
A lying tongue hateth those that are afflicted by it; and a flattering mouth worketh ruin.
In Context
27Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie een steen voortwentelt, op hem rolt die terug.
Cross References
Proverbs 2:16Zij zullen u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal,
Proverbs 7:5Opdat ze u behoeden voor een vreemde vrouw, Voor een onbekende met haar gladde taal.
Proverbs 29:5Iemand die zijn naaste vleit, Spant een strik voor zijn voeten.
John 8:40Maar nu zoekt gij Mij te doden: een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Hij van God heeft gehoord: zo iets deed Abraham niet.
John 10:32Jesus antwoordde hun: Veel heerlijke werken heb Ik u namens den Vader getoond; om welk van die werken stenigt gij Mij?